Maartje de Rond
Beleidsrijk vertrouwen en beleidsarm verbinden
Zeer regelmatig krijg ik in mijn juridische adviesrol voor overheden de vraag: wat is het verschil tussen beleidsrijke en beleidsarme samenwerking? En, welke invloed heeft dit op de keuzes om te komen tot een (publieke) samenwerkingsvorm? In dit blog daarom een korte uiteenzetting van mijn beelden bij beleidsrijk en beleidsarm samenwerken.
Het klinkt zo eenvoudig: de inhoud is leidend.
De inhoud is leidend en structuur volgt inhoud. We zijn het er allemaal wel over eens. Toch is de praktijk weerbarstiger, want al snel komen er vragen over die inhoud. Welke taken zijn beleidsarm? Wanneer is sprake van beleidsrijke taken? Het antwoord op die vragen is niet eenduidig te geven. In het geheel is het afhankelijk van de delegatie of het mandaat dat aan de samenwerkingsvorm is toegekend. Oftewel, de bevoegdheidstoedeling en gekozen vorm bepalen mede het antwoord op deze inhoudelijke vragen.
De kernvraag gaat over grip en invloed
Gesprekken over de inhoud en vorm van samenwerking monden vaak uit in vraagstukken over grip en invloed, vertrouwen en loslaten en regionaal versus lokaal. De behoefte aan grip en invloed roept al snel de vraag op hoeveel beleidsvrijheid de samenwerkingspartners hebben.
Bestuursorganen kúnnen namelijk in hun grip en invloed ingeperkt worden bij samenwerking op inhoudelijke vraagstukken, zoals jeugdhulp, wonen of bereikbaarheid. Belangrijk is het om duidelijk onderscheid te maken tussen de formele en de informele bevoegdheid van bestuursorganen. Bestuurlijk is van belang waar daadwerkelijk nog de keuzevrijheid ligt. Met andere woorden: wat is de speelruimte bij de beslissingsbevoegdheid en de beleidsvrijheid?
Beleidsvoorbereidend samenwerken met behoud beleidsbevoegdheid
We zien in onze adviespraktijk dat je op beleidsrijke taken kunt samenwerken als overheden zonder formeel de beleidsvrijheid te verliezen als individuele partner in de samenwerking. De formele beleidsvrijheid blijft dan behouden bij het individuele bestuursorgaan, zoals bijvoorbeeld het eigen college van B&W en de gemeenteraad.
Het samenwerkingsverband kan dan wel beleidsmedewerkers wonen en jeugdhulp in dienst hebben, maar er is enkel sprake van beleidsvoorbereiding en beleidsuitvoering. De gemeentebesturen van de deelnemers zijn en blijven ieder voor zich beleidsbepalend. Zij gaan uiteindelijk formeel over de inhoudelijke beleidskeuzen. In de praktijk zien we dan ook veelal samenwerkingsvormen waar overheidsbesturen hun beleidsbevoegdheden mandateren in plaats van delegeren aan het bestuur van het samenwerkingsverband.
Informeel én gevoelsmatig staat beleidsvrijheid vaak onder druk
Het klinkt prachtig: beleidsrijke taken in de samenwerking positioneren en deze beleidsarm houden, omdat de lokale beleidsbepalende bevoegdheden blijven behouden. Het klinkt iets té mooi. Want ook al blijft formeel de beleidsbevoegdheid behouden, de samenwerking zet bewust of onbewust de beleidsvrijheid en daarmee de keuzevrijheid van bestuursorganen onder druk.
Vaak is er binnen samenwerking behoefte aan beleidsharmonisatie, want afwijkende beleidsregels van de verschillende eigenaren maken de ambtelijke uitvoering complexer en duurder. Ook kan één uniforme opdracht aan de samenwerking wenselijk zijn, waarvoor beleidsafstemming en -harmonisatie nodig is.
Bovendien signaleert het samenwerkingsverband vaak vanuit expertise op inhoud, met beleidsvoorbereiding en -voorstellen tot gevolg. In sommige situaties erg wenselijk, maar in sommige situaties juist niet. Bestuursorganen moeten niet het gevoel van ‘tekenen bij het kruisje’ krijgen. Dat is in elke situatie onwenselijk.
En nu? Beleidsrijk vertrouwen waar kan, beleidsarm verbinden waar moet.
Mijn advies is dat er continu goed gekeken wordt naar wat op de inhoud lokaal en regionaal wenselijk en haalbaar is. Vraagt de beleidsvoorbereiding en beleidsuitvoering om krachtenbundeling, omwille van expertises of het opheffen van kwetsbaarheden? Dan moet dat leidend zijn bij uitwerking.
Is het passend en wenselijk om (een mate van) beleidsbepaling aan de samenwerkingsorganisatie over te laten? Regel het in en zorg voor gepaste processen voor betrokkenheid van lokale bestuursorganen. Is het essentieel dat de beleidsbepaling lokaal behouden blijft? Ook daarvoor biedt wetgeving – waaronder de Wet gemeenschappelijke regelingen – voldoende instrumentarium aan.
Kortom, aan de vorm zal het niet liggen. Alles is in te regelen. Belangrijk is dat bij vragen als beleidsrijk en beleidsarm niet alleen gekeken wordt naar de formele bevoegdheden. Er moet aandacht zijn voor het verdiepende gesprek aan de voorkant.
Samenwerkingspartners moeten op politiek, bestuurlijk en ambtelijk niveau doorleven wat de samenwerking wel én niet is. Van belang is om te beoordelen wat de impact van het inregelen van de processen is op de keuzevrijheid van bestuursorganen. Tot slot is het samenbrengen van de overeenkomsten en het benoemen van de verschillen tussen de partners essentieel voor een duurzame vorm van samenwerking.
Mr. Maartje de Rond is als juriste 10 jaar werkzaam als juridisch adviseur in de publieke sector. Zij is senior juridisch adviseur bij bureau & Van de Laar. Meer weten of eens nader kennismaken? Neem gerust contact op: m.derond@en-vdl.nl / 06 15308721
Voor de gemeente Renkum begeleidde & Van de Laar het onderzoek naar de bestuurlijke toekomst, waarbij vier scenario’s werden verkend: fusie met Arnhem, Wageningen of Rheden, of splitsing van de zes dorpen. Aanleiding waren de noodzaak tot samenwerking om het voorzieningenniveau te behouden en uiteenlopende politieke en inhoudelijke gevoeligheden, met als doel de gemeenteraad een integraal en weloverwogen beeld te bieden voor een duurzame bestuurlijke keuze.
Voor de gemeente Heemskerk schreef & Van de Laar een position paper over een mogelijke bestuurlijke fusie met Uitgeest, waarin waarden, ambities en condities van Heemskerk centraal staan. Aanleiding waren de verschillende fusieopties van Uitgeest en de noodzaak tot zorgvuldige afweging van identiteit, voorzieningen en regionale samenwerking, met als doel de raad en het college een stevige basis te bieden voor goed onderbouwde besluiten over de bestuurlijke toekomst.
SKIP heeft de leidraad ‘Drugs bij evenementen’ ontwikkeld om gemeenten praktisch te ondersteunen bij de aanpak van drugsgebruik tijdens risicovolle evenementen. & Van de Laar evalueert deze pilot onafhankelijk door ervaringen, processen en casussen te analyseren, met als doel lessen te trekken voor een mogelijke landelijke toepassing.