De provincie aan zet: regie zonder hiërarchie in de energietransitie

De impact van de Omgevingswet en de Nieuwe Nota Ruimte op interbestuurlijke samenwerking op weg naar een toekomstbestendig energiesysteem

Bij & Van de Laar merken we het dagelijks in onze adviespraktijk: vraagstukken rondom energievoorzieningen en de schaarse ruimte vragen om nieuwe vormen van samenwerking. 
Ons valt op dat provincies (weer) steeds vaker in het midden van die beweging staan. Ze vervullen een cruciale rol tussen de ambities van gemeenten, de uitvoeringskracht van netbeheerders en de nationale kaders van het Rijk. 

De Omgevingswet en de Nieuwe Nota Ruimte geven provincies formeel meer mogelijkheden om regie te voeren. Maar hun rolneming vraagt om meer dan instrumenten alleen: het vraagt om een andere manier van besturen, verbinden en samenwerken. 

Van beleid naar uitvoering: de provincie als verbindende laag

De Omgevingswet gaat uit van het principe “decentraal, tenzij”. Gemeenten zijn dus in principe aan zet, maar waar belangen elkaar raken of ruimtelijke samenhang vereist is, ligt de regie bij de provincie. 

Vooral bij energie-infrastructuur wordt dat zichtbaar. Waar kabels, buizen en hoogspanningsleidingen gemeentegrenzen overschrijden, wordt de provincie de natuurlijke spil in het proces. Enkele voorbeelden ter illustratie: 

  • In Limburg kiest de provincie ervoor om bij 150 kV-verbindingen, die door meerdere gemeenten lopen, één provinciale ruimtelijke procedure te voeren. Efficiënter, duidelijker en met meer grip op samenhang. 
  • In Noord-Brabant wordt actief gewerkt aan een versterkte regierol. De provincie brengt met gemeenten en netbeheerders de ruimtelijke inpassing van energie-infrastructuur samen in één integrale programmering en versterkt de koppeling met woningbouw en economie. 
  • Noord-Holland onderzoekt of het zinvol is om specifieke beleidsmaatregelen te ontwikkelen op het gebied van energie-infrastructuur, om tot versnelling te komen, beter te kunnen sturen op ruimtegebruik en samenhang met andere opgaven. 

Het zijn drie voorbeelden van provincies die ieder op eigen wijze zoeken naar de balans tussen bevoegdheid, verantwoordelijkheid en samenwerking. 

De instrumenten van provinciale regie

De Omgevingswet biedt provincies een goed gevulde gereedschapskist. Maar de waarde daarvan hangt af van hoe slim die instrumenten in samenhang worden gebruikt: 

  • De Omgevingsvisie vormt de strategische basis: hier bepaalt de provincie haar koers voor ruimte, energie, natuur en mobiliteit. 
  • De Omgevingsverordening vertaalt die koers naar concrete regels voor gemeenten en bovenlokale activiteiten. 
  • Het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK): hét uitvoeringsinstrument waarmee provincie, gemeenten en netbeheerders gezamenlijk programmeren waar en wanneer verzwaringen of uitbreidingen van het energienet nodig zijn. 

Het pMIEK is in die zin méér dan een technisch document. Het is de plek waar beleid, uitvoering en samenwerking samenkomen. Een goed functionerend pMIEK is niet alleen een programma, maar ook een governance-instrument: het maakt belangen inzichtelijk, stimuleert afstemming en helpt partijen elkaar te vinden in gezamenlijke keuzes. Maar werkt het ook zo in de praktijk? 

Samenwerking als bestuursstijl

Wie regie wil voeren, moet kunnen verbinden. De Omgevingswet dwingt bestuurders niet tot samenwerking: ze veronderstelt dat die er al is. Dat is precies de uitdaging. 

De provincie die haar rol goed wil pakken, moet kunnen schakelen tussen bestuursniveaus: 

  • met gemeenten die lokaal eigenaarschap hebben; 
  • met het Rijk dat nationale belangen bewaakt; 
  • en met markt- en netwerkpartijen die uitvoering geven aan het energiesysteem van de toekomst. 

Dat vraagt om wat we in de theorie netwerkgovernance noemen: regie zonder hiërarchie. Niet coördineren van bovenaf, maar samen richting bepalen, belangen verbinden en processen op elkaar afstemmen. 

De echte vaardigheid zit niet in het schrijven van visies of verordeningen, maar in het creëren van een cultuur waarin partijen elkaar vertrouwen en samen verantwoordelijkheid durven nemen. De vraag is: zijn deze drie bestuurslagen al in staat om op deze manier samen te werken? 

“De energietransitie vraagt niet alleen om nieuwe netten, maar ook om nieuwe manieren van samenwerken.”

Een nieuwe bestuurspraktijk

Wat we in élk geval zien is dat provincies die op deze manier willen werken, een sleutelpositie innemen in een toekomstbestendige ruimtelijke ordening. Ze zijn de regisseur van de bovenlokale samenhang, maar dan wél als partner tussen de spelers, niet als scheidsrechter boven het veld.  

Dit vraagt om meer dan juridische instrumenten alleen: bestuurlijke sensitiviteit, proceskracht en het vermogen om technische opgaven te vertalen naar gedeelde maatschappelijke doelen. 

Het is precies daar dat de kracht van samenwerking tot leven komt. Want regie in de fysieke leefomgeving is niet alleen een kwestie van bevoegdheid, maar vooral van governance en vertrouwen. 

 

& Van de Laar begeleidt overheden bij organisatie- en samenwerkingsvraagstukken. De marktgroep Klimaat & Energie richt zich daarbij specifiek op vraagstukken rondom het energiesysteem en netcongestie. Van strategie tot uitvoering, met aandacht voor de menselijke kant van governance. Voor meer informatie over onze dienstverlening op dit terrein of een keer vrijblijvend sparren, neem contact op met Irene Kruijssen, partner en marktgroepleider Klimaat & Energie: i.kruijssen@en-vdl.nl. 

Sinds 2015 werken de gemeenten Woerden en Oudewater ambtelijk samen via een dienstverleningsovereenkomst (DVO). De samenwerking bood voordelen, maar riep ook vragen op over rollen, verantwoordelijkheden en kosten. In 2023/2024 vroeg men & Van de Laar de DVO te evalueren en handelingsperspectieven te schetsen, wat leidde tot het besluit om de samenwerking voort te zetten en te verbeteren.

Samenwerking Woerden–Oudewater: evaluatie en verbeterplan

In de Regio Groningen-Assen werken de provincies Groningen en Drenthe en meerdere gemeenten samen aan de ontwikkeling van de regio. De samenwerking is vastgelegd in een convenant, gekoppeld aan een toekomstagenda en uitvoeringsprogramma. Met de nieuwe agenda ontstond de wens om het convenant te herijken, zodat afspraken weer passen bij de huidige opgaven.

Toekomstbestendige samenwerking in Regio Groningen-Assen

SKIP is een netwerkorganisatie die zich richt op het denormaliseren van drugsgebruik onder jongeren. Om de volgende stap in de ontwikkeling van het netwerk te zetten, is gevraagd om ondersteuning bij het vormgeven van een lobby- en groeistrategie.

Ondersteuning lobby en groeistrategie SKIP