Bente van Ruremonde
Wie stuurt wie? Over energie, regie en het einde van vrijblijvendheid
Nederland elektrificeert. Auto’s laden, warmtepompen draaien en bedrijven verduurzamen. Het klinkt als vooruitgang, tot je de capaciteitskaart van het elektriciteitsnet bekijkt: rood, oranje, vol. Volgens het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) groeit de vraag naar elektriciteit in Nederland tot 2050 naar 2 à 3 keer het huidige niveau. De huidige infrastructuur kan die groei niet bijbenen.
De illusie van tijd
De energietransitie suggereert een lange adem. 2030, 2050: jaartallen die ruimte lijken te bieden. In de praktijk is die ruimte er nauwelijks. Terwijl sommige beleidsdoelen zich in de toekomst bevinden, stapelen de knelpunten zich nu op. Nieuwe woonwijken kunnen niet worden aangesloten, bedrijven krijgen nul op het rekest en duurzame ambities botsen op fysieke grenzen van het systeem. Werken aan de energietransitie voelt soms dan ook alsof je net in de startblokken staat, terwijl de wedstrijd al lang begonnen is.
Daar komt bij dat de elektriciteitsvraag niet alleen groeit door verduurzaming, maar ook door nieuwe economische activiteiten. Datacenters, logistiek, klimaatbeheersing: stuk voor stuk rationele keuzes, maar samen goed voor een forse extra belasting van het net. Voeg daar de ruimtelijke druk van woningen, infrastructuur en ondergrondse kabels aan toe en het wordt duidelijk dat wachten geen neutrale optie meer is.
Van crisismanagement naar toekomstmanagement
Gemeenten bevinden zich steeds vaker in de rol van crisismanager. Ad-hoc besluiten, maatwerkafspraken en tijdelijke oplossingen zijn aan de orde van de dag. Tegelijkertijd dragen gemeenten verantwoordelijkheid voor ruimtelijke ordening, woningbouw, mobiliteit en leefbaarheid. Dat maakt de energietransitie geen los dossier, maar een doorsnijdend vraagstuk dat al deze opgaven raakt.
Dat betekent dat gemeenten keuzes moeten maken: over waar ruimte komt, hoe die past in de omgevingsvisie en hoe lusten en lasten eerlijk worden verdeeld. Zonder duidelijke regie ontstaan parallelle initiatieven, concurrerende claims op schaarse ruimte en beleid dat elkaar onbedoeld tegenwerkt. Op korte termijn lijkt dat werkbaar, op de lange termijn leidt het tot hogere kosten, vertraging en maatschappelijke onvrede. Een stevig onderbouwd gemeentelijk energieperspectief kan deze problemen afremmen en mogelijk in de toekomst voorkomen. Het is een bestuurlijk instrument dat de overgang van reageren naar vooruitkijken markeert: anticiperen in plaats van improviseren.
Van losse puzzelstukjes naar één geheel
Onderzoek van onder meer PBL en TNO laat zien dat een robuust en betrouwbaar energiesysteem alleen kan ontstaan door stevige integrale planning. Ruimtelijke ordening, infrastructuur en maatschappelijke opgaven zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Gemeenten bevinden zich op het snijvlak van die domeinen en spelen daarmee een sleutelrol in dit vraagstuk.
Die integrale benadering begint niet bij ambities, maar bij het systeem. Pas als helder is wat technisch mogelijk is (waar kan het net nog iets hebben, welke bronnen zijn beschikbaar, welke scenario’s zijn realistisch?) ontstaat er bestuurlijke handelingsruimte. Een energieperspectief dat hierop voortbouwt, biedt meer dan richting: het geeft houvast bij keuzes die onvermijdelijk zijn.
Wat we van de gemeente Veldhoven kunnen leren
Steeds meer gemeenten zoeken naar een manier om niet alleen de problemen van vandaag op te lossen, maar ook voorbereid te zijn op morgen. De gemeente Veldhoven is een voorbeeld van een gemeente die deze stap al heeft gezet. In Veldhoven rust het traject van het opstellen van een energieperspectief op drie pijlers:
- De reality check: een energiesysteemverkenning die de technische werkelijkheid in kaart brengt: vraag, aanbod, infrastructuur en knelpunten;
- Het toekomstbeeld: een energieperspectief dat op basis van de systeemverkenning de scenario’s schetst voor 5, 15 en 25 jaar vooruit. Niet als blauwdruk, maar als kader voor keuzes;
- Het proces: een aanpak waarin bestuur, organisatie en samenleving gezamenlijk optrekken, zodat besluiten samen tot stand komen.
De energiesysteemverkenning vormt hierbij het fundament. De scenario’s die daaruit voortkomen, zijn de hulpmiddelen om vanaf vandaag beter te kunnen besluiten. Ze maken zichtbaar welke keuzes nu nodig zijn én wat dit betekent voor de toekomst. Zo ontstaan concrete handelingsperspectieven voor bestuurders, inwoners en ondernemers.
Het toekomstbeeld dat uit de systeemverkenning groeit, vormt de verbinding tussen systeem en leefwereld. Het vertaalt technische analyses naar bestuurlijke afwegingen en maatschappelijke consequenties, waarmee het een scharnier wordt tussen beleid en uitvoering.
Waarom wij dit doen
Bij & Van de Laar zien we de energietransitie als een maatschappelijke verandering die vraagt om visie, regie en samenwerking. Gemeenten staan voor complexe keuzes over ruimte, infrastructuur en leefbaarheid, terwijl de druk van klimaatdoelen en netcongestie toeneemt.
Onze drijfveer? Grip brengen in complexiteit. We begeleiden gemeenten inhoudelijk en procesmatig, van visie tot besluitvorming. We zorgen dat ambities, technische mogelijkheden en betrokken partijen op één lijn komen.
Een goed energieperspectief geeft richting en vertrouwen, zeker in tijden van verkiezingen en bestuurswisselingen. Nieuwe raden en colleges staan voor ingrijpende en soms pijnlijke keuzes over ruimte, investeringen en prioriteiten. Een helder perspectief helpt om die keuzes niet ad hoc te maken, maar in samenhang en met oog voor de lange termijn. Het biedt bestuurders, inwoners én bedrijven houvast. Zo groeit de energietransitie uit tot meer dan techniek: een gezamenlijke koers voor de toekomst.
Kortom: wij helpen gemeenten om van inzicht naar impact te komen, zodat de energietransitie niet alleen energie kost, maar vooral energie oplevert: voor een duurzame toekomst waarin systeem en samenleving elkaar versterken. En daar zetten wij onze energie graag voor in.
Vragen of interesse in een energieperspectief? Irene Kruijssen en Bente van Ruremonde vertellen je er graag meer over.
Voor de gemeente Renkum begeleidde & Van de Laar het onderzoek naar de bestuurlijke toekomst, waarbij vier scenario’s werden verkend: fusie met Arnhem, Wageningen of Rheden, of splitsing van de zes dorpen. Aanleiding waren de noodzaak tot samenwerking om het voorzieningenniveau te behouden en uiteenlopende politieke en inhoudelijke gevoeligheden, met als doel de gemeenteraad een integraal en weloverwogen beeld te bieden voor een duurzame bestuurlijke keuze.
Voor de gemeente Heemskerk schreef & Van de Laar een position paper over een mogelijke bestuurlijke fusie met Uitgeest, waarin waarden, ambities en condities van Heemskerk centraal staan. Aanleiding waren de verschillende fusieopties van Uitgeest en de noodzaak tot zorgvuldige afweging van identiteit, voorzieningen en regionale samenwerking, met als doel de raad en het college een stevige basis te bieden voor goed onderbouwde besluiten over de bestuurlijke toekomst.
SKIP heeft de leidraad ‘Drugs bij evenementen’ ontwikkeld om gemeenten praktisch te ondersteunen bij de aanpak van drugsgebruik tijdens risicovolle evenementen. & Van de Laar evalueert deze pilot onafhankelijk door ervaringen, processen en casussen te analyseren, met als doel lessen te trekken voor een mogelijke landelijke toepassing.